Stadsrecht van Schiedam

Een van de belangrijkste gebeurtenissen voor een dorp was het krijgen van stadsrechten. Aleida van Henegouwen verleende stadsrecht in 1275. Op deze pagina kunt u de gehele tekst lezen.

Het ontstaan van Schiedam als stad is te danken aan zijn ligging. In de strijd tussen de graaf van Holland en de graaf van Vlaanderen over de zeggenschap over Zeeland was het belangrijk dat Holland steunpunten had aan de noordflank van Zeeland. Het plaatsje Nieuwendamme was zo’n steunpunt: zeer strategisch gelegen en bovendien via de Schie, als enige in dit gebied, verbinding hebbend met het achterland Holland.

Daarom kocht Aleida, in de tijd dat ze regent van de graaf van Holland was, het poldertje Nieuwendamme. Zij bouwde er een kasteel, stichtte er een parochie, een gasthuis en een bagijnhof, gaf het verschillende rechten zoals het recht van een jaar- en een weekmarkt, tolvrijheid en tenslotte, in 1275, het stadsrecht. Nieuwendamme ging voortaan Schiedam heten.

Stadsrecht

Het stadsrecht hield verschillende zaken in; de nieuwe gemeenschap kreeg onder meer overheidsgezag en werd rechtsbevoegd. Het document waarin het stadsrecht is vastgelegd begint met de bevoegdheid van schepenen en raden om wetten en andere bepalingen vast te stellen. Schiedam kreeg een eigen bestuur, een eigen rechtbank en had en een eigen baljuw. Bestuur en rechtspraak werden uitgeoefend door een college van zeven schepenen. (De baljuw eiste het recht, schepenen spraken vonnissen uit.) Al in 1294 was er voor het bestuur een college van burgemeesteren, waarna schepenen zich alleen nog met de rechtspraak bezig hielden.
Het document is ook een soort wetboek van strafrecht, het bevat een aantal sancties op overtredingen en misdrijven. De doodstraf was de hoogste straf die kon worden uitgesproken.

Herendiensten

Ook zijn bepalingen over herendiensten opgenomen: in tijden van nood moest men Aleida, of haar opvolger als heer van Schiedam, bijstaan bij de verdediging van het kasteel. De kok van Aleida had het voorrecht om als eerste verse waar op de markt te kopen. En wanneer Aleida (of haar opvolgers of nakomelingen) de stad bezocht moest er voor veertien dagen te eten en te drinken zijn.

Stedenfiliatie

Een belangrijke bepaling ging over het staken van de stemmen in het college van schepenen. Kwam men er niet uit, dan moest men naar het college van schepenen in Dordrecht en daar het geschil voorleggen. Schiedam behoorde namelijk tot de stedenfamilie die het Dordtse stadsrecht had. Dit verschijnsel wordt “stedenfiliatie” genoemd.

Tenslotte bevat het stadsrecht ook nog een bepaling die het burgerrecht regelde: als men zes weken onafgebroken in Schiedam had gewoond, was men al Schiedammer!

Tot 1851

Het stadsrecht verloor zijn geldigheid uiteindelijk in 1811. Eerder al waren er uniforme regelingen voor het plaatselijk bestuur, maar in 1811, toen de rechtspraak een rijksaangelegenheid werd, verloren ook de desbetreffende artikelen hun betekenis. Toch bleef Schiedam, tot 1851, nog steeds een stad. In dat jaar werd de Gemeentewet van kracht en bestaan er alleen nog maar gemeenten.

Stadsrecht van Schiedam

Vertaling

('item' betekent 'voorts' of 'idem')

"Aleid, weduwe van Jan van Avennes, geeft aan hare nieuwe stad Schiedam rechten en wetten, 18 maart 1275.

Alydt, suster der gloryose gedachtes heere Willems Roems conincx, edel wijf wijler heere Jans van Advennis, maken wij cont allen, dat wij onse poirteren ende inwoenlingen in die nyewe stede bij ’t huus van Rivier ende alle die daerbij lijdende sin, vrede ende ruste willende hanttyeren, uut allen ende sonderlinge constituciën ende gewoenten der landen, als wij beste ende eerberlixste mochten ondervinden, dese tegenwoerdyge constitucyën uytgecoren ende onse poirteren in den huyse te Ryvier gegeven hebben, nae dewelcke hem ende aldaer wonende, gaende ende comende willen wij hebben geregyert nae dat het betaemt ende bij circumstanciën der personen te duen is.

      In den eersten ende principalicken ordinerende dat die constituciën of settinge, welcke die scepenen of die raetsluyden mit horen rechter maecken van waerden blijven sal, der tijt tue dat wij dat wederroepen;
      item soe wie dat weder scepenvonnis spreckt sal betalen den rechter X £ ende ellecken scepen XX sc.
      item men sal niet oerdelen anders dan die scepen gewijst hebben;
      item soe wye den anderen crachtelicken wont ende dat den scepen condich is, sal verlyesen sin hant of X £;
      item soe wye doodtsclach duet, sal verlyesen sin hoeft;
      item soe wie den anderen niet swarelicken mer totden bloede toe quest sel betalen den rechter XX sc. ende sel den gequesten voldoen bij sentency van scepenen; 
      item soe wie den anderen crachtelick ter aerden werpt, XX sc. sal hij den rechter geven ende die crachtelicke werpinge sal hij bij sentency van scepenen beteren dengenen die gewoerpen is;
      item soe wie den anderen gyft een wangesclach, den rechter sal hij betalen vijf sc. ende den gequesten sal hij voldoen bij sentency van scepenen;
      item soe wye een anders huys anvecht ende dat den scepenen condich is bij hen of anders bij bequaeme poerteren, sal dat den rechter beteren  mit X £ ende die angevochten wort ende den huysman of den heere des huys bij seggen der scepenen voldoen;
      item of enich burger den gast of enich gast den burger of een den anderen yet toeseyde te betalen ende dat certyfyceerde over scepenen tot een seeker termijn ende dat hij in den selven termijn niet en betaelde mit pande of mit gelde, soe soude wij dwyngen denselven sculdenaer te betalen dengenen die hij sculdich waer; ende waer daer niet te betalen beraden wij sin persoen den sculdenaer of den burger;
      item nyemant mach den anderen binnen onser vrijheit uytdaigen om te campen;
      item die scepenen alsoe wel uut sien of horen bij relacie van den eerbaren mogen den sculdigen verwinnen. Om yemant te panden moeten daer wesen twe scepenen of meer mitten rechter of sin stedehouder;
      item soe wye hem van eenen burger begeerde hem recht te duen binnen derselver vrijheden, ombewaer van dyen is hij sculdich dat te duen;
      item wij of onse nacomelingen aldaer wesende of daer omtrent te spijsen ende drancke tot vierthyen daghen toe moet men ons dan borgen op vaste sekerheit dan weder te hebben;
      item nyemant sal vytalye copen eer onse kock of boede gecoft heeft, alsoe verre als’t tot een sekere ure bereyt is om te copen, mer die dienste die men ons ende onse nacomelingen voor dese vrijheyt bewijsen sal, om der nyewe plantinge wil end eermoede des stedes tot onse wille setten wij in suspense;
      item of onse rechter of onse stedehouder in hulp ons stedes of ons kasteels geropen worde ende haestelixs niet en quame, LX sc. hollants soude hij den rechter betalen;
      item soe wye tot vermanen des rechters om personen te arresteren of guede vrede te nemen of vichtinge te benemen en traede daer niet toe, waer den rechter sculdich X sc.;
      item of in vonnisse of in rechten te uten die scepenen twifelden, sullen sij tot den raet der scepenen binnen Dordrecht toeloep hebben; ende bij horen raede sullen sij daer duen ’t gheen datter of te duen is;
      item als sij alle discorderen sullen die mynste in sentencie te geven volgen;
      item soe sel van waerden wesen die kenninge van twe ofte drye scepenen;
      item of die scepenen om raet te soeken kost deden, sal die gemeen stede betalen;
      item die sal voer een poirter gehouden werden die in sin huys of in een ander huys vrijheit of woenstal duet van ses wecken ende bij den rechter ende bij scepenen poirter gehouden woert;

Houdende wij an onse die autoriteyt te meerren, mynderen ofte verwalen die constitucyën of vrijheden voirgeroert als noet ende oerbaer des stedes ende toecomelingen is.

Gegeven ende gedaen in’t jaer ons Heeren MCC vierendeseventich dages nae Sincte Geertruden. Ende is dese tegenwoerdige bryeve gevesticht mitten eede der poirteren van Rivier ende mit indruckynge ons zegels."