30-01-2020 — 

Het Gemeentearchief Schiedam heeft de hand weten te leggen op twee aquarellen: een stadsgezicht en een polderlandschap van Schiedam. De werken zijn gemaakt door de Franse schilder en tekenaar Auguste Paul Charles Anastasi (1820-1889), die tussen 1853 en 1862 verschillende malen Nederland aandeed om te werken. Verschillende van zijn werken zijn wereldwijd in museumcollecties opgenomen, zoals het Rijksmuseum, het Musée d’Orsay en de Fine Arts Museums of San Francisco.
 

Twee aangekochte aquarellen zijn voortaan voor iedereen te zien. Twee werken door Auguste Anastasi (1820-1889) uit de collectie van het Gemeentearchief Schiedam.

De ‘Schiedamse’ werken zijn beide gedateerd op augustus (août) 1860. Het zijn kleine aquarellen, slechts 275 bij 71 mm en 275 bij 100 mm groot. Het stadsgezicht geeft een beeld van de stad vanuit het noorden. Centraal is de Grote Kerk, omgeven door elf molens, en links een boerderij. Het polderlandschap is getekend vanaf het jaagpad langs de Overschieseweg met zicht op de Schie en de stad aan de horizon. De werken zijn nu voor iedereen te zien onder de beeldbanknummers 47883 en 47884 in onze digitale beeldbank via het internetadres beeldbank.schiedam.nl .

Die natuurlijke omgeving zal meer schilders hebben aangesproken, want het Stedelijk Museum Schiedam heeft ook een schilderij van Pieter Mak zo rond die plek in de collectie, (in onze Beeldbank te zien onder beeldbanknummer 62394) en ook Schiedams fotopionier Jan van Diggelen legde de stad vanuit dit oogpunt rond 1890 vast. (Beeldbanknummer 03490)


Blind geworden

De Franse landschapsschilder Auguste Anastasi werd geboren in Parijs en overleed daar ook, maar reisde tijdens zijn werkzame leven veel naar het buitenland om te werken. Aan zijn schilderijen te zien inspireerde ons vlakke land met veel waterpartijen en molens hem genoeg om verschillende malen terug te keren, voornamelijk naar Zuid-Holland. 

Helaas overkwam hem een van de ergste dingen die een schilder kunnen overkomen, vanaf 1860 ging hij slechter zien tot hij helemaal blind werd. Net als zijn vader overigens, Paul Joseph Anastasi, dus het zou een erfelijke oogkwaal kunnen zijn geweest zoals staar, macula-degeneratie of glaucoom. 
Paul Joseph, miniatuurschilder van beroep, werd op zijn tweeëndertigste al blind en werd opgenomen in een hospice in Quinze-Vingts waar hij de rest van zijn leven zou doorbrengen. Zijn zoon Auguste is daar ook geboren. 
Na 1870 lijkt Auguste gestopt te zijn met schilderen. De actie die daar op volgde, bereikte verschillende Nederlandse kranten, waaronder ook de Schiedamse Courant van 18 augustus 1873: “Toen de schilder Anastasi plotseling door blindheid werd getroffen, hebben zijn kunstbroeders zich vereenigd en door den verkoop van schilderstukken een som bijeen gebracht van 120,000 francs. Anastasi heeft het grootste gedeelte daarvan, 100,000 francs, aan den staat gegeven, zichzelven slechts levenslang het vruchtgebruik voorbehoudende, en bepaald dat later de rente zal strekken ten behoeve van arme Fransche schilders of beeldhouwers. Dit fonds draagt den naam van: Anastasi-stichting, in herinnering aan de mildheid zijner kunstbroeders.”

Nijd noch naijver 

Het Algemeen Handelsblad maakt in maart 1889 (het jaar van de wereldtentoonstelling en de bouw van de Eiffeltoren) melding van zijn overlijden. De krant schetst zijn opleiding en verdiensten en sluit af met “In 1869 verloor de schilder zijn gezicht en werd toen tot werkeloosheid veroordeeld, waardoor hij spoediger in vergetelheid geraakte dan zijn talent verdiende.” Dat klinkt als een bitter einde voor de talentvolle schilder, maar Het Bataviaasch Handelsblad geeft eind april 1889 een ander beeld en omschrijft de overledene als iemand zonder ‘nijd noch naijver’. “…zelfs de blindheid heeft hem zijn hartige jovaliteit niet kunnen ontnemen. Gedurende de twee laatste zomers was hij de gast van princes Mathile* (Mathilde Bonaparte, nicht van Napoleon, mecenas van veel kunstenaars en schrijvers.)  op haar buitenverblijf St. Gratien. Op het eerste gezicht boezemde hij haren gasten een pijnlijk medelijden in, maar het duurde niet lang of hij had ieder voor zich ingenomen door zijn geestige conversatie.
Misschien waren zijn laatste jaren gelukkig dus niet zo grimmig of werkloos als gedacht, want de schilder heeft in 1883, dus ondanks zijn oogproblemen, nog een biografie van zijn grootvader geschreven.

Voorouders

Want die grootvader in kwestie had een interessant leven gehad: Nicolas Leblanc (1742-1806), arts en chemicus, wordt gezien als een van de grondleggers van de chemische industrie in de industriële eeuw. Hij bedacht in 1789 een manier om natriumcarbonaat (soda) uit zeezout/ zeewater te extraheren. Met zijn patent in 1791 begint hij een kunstmatige frisdrankfabriek, maar door de Franse Revolutie verliest hij alles, en wordt gedwongen zijn uitgevonden methode openbaar maken. Auguste Anastasi schrijft in 1883 een boek over hem met de titel Nicolas Leblanc: sa vie, ses travaux et l’histoire de la soude artificielle. (‘Zijn leven, zijn werk en de geschiedenis van kunstmatige frisdrank’) 
Auguste omschrijft zichzelf op de titelpagina als volgt: Ridder van het Legion van Eer, kleinzoon van Nicolas Leblanc en ‘ancien artiste peintre’, voormalig kunstschilder.  

 

Portret uit 1966 van Franse landschapsschilder Auguste Paul Charles Anastasi.  (Fotograaf: François-Marie-Louis-Alexandre Gobinet de Villecholles (beter bekend onder de artiestennaam ‘Franck’), uit een fotoalbum uit de collectie van het J. Paul Getty Museum in Los Angeles. (84.XB.824.1.159)